Het Hart als Zintuig. Hoe planten hun geheimen onthullen

Marita Mutsaerts heeft een prachtige samenvatting geschreven van het boek ‘Het hart als zintuig: hoe planten hun geheimen onthullen’ van  Stephen Harrod Buhner. Uitgegeven door Ankh-Hermes te Deventer, 2006; eerste uitgave 2004.

Elektromagnetische velden

We gaan uit van het wereldbeeld dat alles in de natuur, van het kleinste tot de grootste entiteit, een energetisch verschijnsel is en elektromagnetische golven afgeeft. Alles in ons en om ons heen is continu in trilling. Wat wij waarnemen, of het nu geluiden zijn, vormen in kleuren, tastbare structuren, geuren, alles komt tot ons in de vorm van energiegolven. En al deze soorten energiegolven zijn manifestaties van energie en bevatten gecodeerde betekenissen. Allemaal hebben zij een effect op andere organismen.

Alles is omgeven door een elektromagnetisch veld, dat informatie in zich draagt. Ook het menselijk lichaam is omgeven door een elektromagnetisch veld, gevormd als een resultante van alle elektromagnetische veldjes, die de systemen, organen, moleculen en elektronen voortbrengen. En wanneer twee velden elkaar raken, bijvoorbeeld het veld van een mens met dat van een plant, treedt er over en weer contact op in de vorm van elektrische signalen. De elektromagnetische velden zijn continu in verbinding met de velden in hun omgeving. Voortdurend vinden er uitwisselingen van elektrische signalen plaats. Er schijnt geen sprake te zijn van oorzaak en gevolg, alles lijkt zich tegelijkertijd af te spelen.

Het menselijk lichaam en waarneming

In het menselijk lichaam is het de hippocampus in de hersenen, die bij uitstek gevoelig is voor veranderingen in magnetische velden. Dat komt omdat de hippocampus als enige orgaan magnetiet bevat. En magnetiet is een mineraal dat erg gevoelig is voor magnetische velden. De hippocampus is voor de mens een erg belangrijk orgaan. De hippocampus reguleert allerlei fysiologische systemen in ons lichaam, maar is ook ‘nauw betrokken bij het interpreteren van ruimtelijke verbanden, het geheugen en het extraheren van betekenis uit de enorme zee van signalen, waarin wij leven.’(73) Alle zintuigsystemen van ons lichaam komen samen in de hippocampus. Alle zintuiglijke impulsen, die we ontvangen, worden er naartoe geleid. En al deze impulsen bevatten grote hoeveelheden informatie. ‘De patronen, die gecodeerd zijn in de stroom van zintuigimpulsen worden door de hippocampus naar andere delen van de hersenen gezonden om opgeslagen te worden als herinnering en verder te worden verwerkt’. De hippocampus ‘brengt de ervaringswereld in kaart, waar wij doorheen reizen’. De hippocampus is het meest actief wanneer de zintuiglijke gegevens die het orgaan ontvangt, uit de buitenwereld komen. (74)

Het hart, een orgaan van waarneming en communicatie

Het hart blijkt anders en veel complexer, veelzijdig en kundig te zijn, dan die mechanische pomp die we altijd in gedachten hadden. Behalve dat in het hart de bloedstroomregulatie plaats vindt, functioneert het hart ook als een endocriene klier (het produceert 5 hormonen) en bestaat het voor 65 % uit zenuwcellen. Dit zenuwstelsel van het hart staat in directe verbinding met vier centra in de hersenen, zoals de amygdala (het centrum van onze emoties), de thalamus (waar zintuiglijke ervaringen worden verwerkt), de hippocampus, (geheugen, ruimtelijke relaties, betekenisgeving van zintuiglijke informatie) en de hersenschors ( oplossen van problemen, redeneren en leren). (pg. 90) Het blijkt dat een groot deel van de informatie, die door de hersenen verwerkt moet worden, eerst naar het hart gaat. Het hart ‘denkt na’ over de ervaring, stuurt signalen daarover naar de hersenen, de hersenen vormen een idee voor een mogelijke reactie en stuurt signalen naar het hart. Het hart denkt weer na, stelt het idee eventueel bij, stuurt dan zijn signalen naar de hersenen, waarop deze dan tot actie overgaan.* (p.92)

Het hart is elektromagnetisch van aard. Boven in de rechter en linker boezem van het hart bevinden zich miljoenen cellen, die uit zichzelf kloppen, in synchronisatie met elkaar. Zij vormen één kloppend geheel. Je zou ze pacemaker-cellen kunnen noemen. Deze cellen brengen elektrische impulsen voort die overgedragen worden op spierweefsel van de hartboezem, waardoor deze zich gelijkmatig kunnen samentrekken, wat een hartslag veroorzaakt. Bij iedere hartslag ontstaat een elektrische lading, die alle lichaamsweefsels bereikt. Het is deze elektrische lading, die met een elektrocardiogram (ECG) wordt waargenomen. Het hart produceert echter ook magnetische velden, die worden waargenomen met een magnetocardiogram. De elektrische en magnetische velden van het hart worden geproduceerd door de bloedstroom. Het bloed verplaatst zich in een wervelstroom door het hart, vervolgens door de bloedvaten en ook de bloedcellen draaien rond, als zij zich door de vaten verplaatsen. Al deze draaiende bewegingen produceren de magnetische velden. Zo voert het bloed behalve chemische stoffen en cellen ook magnetische signalen met zich mee. Deze gaan net als andere delen van het bloed naar alle delen van het lichaam en bereiken iedere cel. (94)

Het magnetische veld van het hart strekt zich rondom het lichaam uit in de vorm van een torus, een min of meer bolronde vorm, die voortdurend door de ruimte stroomt. Dit veld is 5000 keer sterker dan het magnetische veld van de hersenen en is meetbaar tot een afstand van 3 meter. Het is een constant veranderend levend proces. Het hele lichaam bevindt zich binnen deze torus. Ook andere wezens zijn omgeven door een torus. De communicatie met andere wezens vindt plaats d.m.v. de elektromagnetische golven die zich vanuit het lichaam naar buiten uitstrekken. Op zijn beurt ontvangt het hart impulsen uit de omgeving en decodeert deze. Het hart is werkelijk een waarnemingsorgaan. Binnen het lichaam wordt informatie doorgegeven via de bloedstroom die de elektromagnetische golven door het hele lichaam geleidt.

Wanneer het elektromagnetische veld van het hart en het veld van enig ander organisme zich dicht bij elkaar in de buurt bevinden, synchroniseren of verbinden deze velden zich en treedt er een uiterst snelle en complexe uitwisseling van informatie op. Het maakt daarbij niet uit of het organisme een ‘hart’ heeft of niet.
Het hart is actief als waarnemingsorgaan wanneer wij zintuiglijke prikkels verwerken. Dat kunnen inwendige prikkels zijn, zoals het registreren van onze hartslag of uitwendige prikkels, zoals het opmerken hoe iets er uit ziet, ruikt, voelt, e.d.

Hartcoherentie

Er is enig onderzoek verricht naar wat er in ons lichaam verandert wanneer iemand zijn aandacht verschuift van denken naar zintuiglijke prikkels. Zo heeft Beatrice Lacy de volgende veranderingen waargenomen zodra wij de intentie hebben om ons denken te stoppen en externe prikkels gaan waarnemen:

De hartslag vertraagt, de zintuiglijke waarneming wordt bevorderd, de pupillen verwijden zich, het perifeer gezichtsveld neemt toe, de ogen raken zacht gefocust en het lichaam meer ontspannen. Hoe meer betekenis iemand aan het waargenomen object of verschijnsel toekent, des te groter wordt het aantal optredende fysiologische veranderingen. (107). Deze fysiologische veranderingen leiden tot een begin van een toestand van coherentie. Het hele lichaam met al zijn systemen gaat dan als het ware samen resoneren, in eenzelfde ritme ‘kloppen’. Het gevolg daarvan is dat alle subsystemen in het lichaam hun functies goed op elkaar kunnen afstemmen. Zo gaat het ademhalingssysteem in fase werken met het hart. Ook vinden er hormonale veranderingen plaats die een gevoel van rust en welzijn geven. En de hippocampus wordt extra geactiveerd. De coherentie begint, wanneer het bewustzijn niet in het brein, maar in het hart wordt gelokaliseerd. Want zodra de aandacht van de externe zintuiglijke prikkels wordt gestopt en het denken de aandacht over neemt, stoppen die fysiologische veranderingen. De hartslag neemt weer toe en de pupillen vernauwen zich weer. (108)

Tussen het hart en de hersenen zijn rechtstreekse verbindingen onder andere door sympathische en parasympathische zenuwbanen. Hierdoor is een vrije communicatie- en informatiestroom mogelijk. Tijdens de overgang naar coherentie van het hart worden er berichten van het hart naar de hersenen gezonden. Deze berichten veranderen het functioneren van de hersenen in sterke mate, in het bijzonder van de hersenschors, die een grote invloed heeft op waarneming en leervermogen. (111) Het vermogen tot een holistische, intuitieve of diepe manier van waarnemen wordt erdoor vergroot. Hiermee wordt een nieuwe manier van kennis verwerven geactiveerd vergeleken met de wijze van kennisverwerving door het lineair denkende- en analyserende brein.

Planten en hun zenuwstelsel

‘Zoals alle levende organismen genereren planten elektromagnetische golven en reageren daar ook op. Ze gebruiken een groot aantal inwendige elektromagnetische boodschappen, net als wij, zowel ten behoeve van genezing als voor het normale fysiologische functioneren. Want, net als wij, bestaan ze uit miljoenen en miljoenen cellen. Maar wat minder bekend is is dat planten net als wij een bijzonder geperfectioneerd ‘zenuwstelsel’ bezitten. In veel opzichten is het zenuwstelsel van planten bijna even ontwikkeld als dat van ons. Net als onze hersenen omvat het synapsen en maakt het gebruik van neurotransmitters’. Het zenuwstelsel kan planten helpen met het verwerken, ontcijferen en coördineren van uitwendige en inwendige impulsen om het functioneren van het organisme te handhaven. En belangrijke elementen hiervan zijn signaalherkenning, het ontlenen van betekenis aan gecodeerde informatie en het vermogen hierop te reageren. Uit onderzoek van Jagadis Chunder Bose blijkt dat vaatplanten een ‘duidelijk omlijnd zenuwstelsel’ hebben. Prikkeling bij deze planten wordt geleid door het floeem of bastweefsel van de vaatbundel. Het zenuwstelsel van planten is even gevoelig voor elektromagnetische velden als het onze. De betekenis die in deze velden ligt besloten wordt door ons ervaren als emoties. Onze emoties kunnen op hun beurt de uitwendige elektromagnetische velden beïnvloeden. Zo vindt er een dialoog plaats tussen ons en de planten/de wereld. (122-123)

Aisthesis

We kunnen nu zeggen dat ons bestaan is ‘ondergedompeld in levende velden van communicatie, (126) , allemaal doordrenkt van betekenis, voortgebracht door intelligente levensvormen’. De uitwisseling daartussen is een uitwisseling van kwaliteiten, die eigen zijn aan levende organismen.
De Grieken hadden een woord voor het vermogen van het hart om betekenis in de wereld waar te nemen: aisthesis.’ Aisthesis geeft het moment aan waarop een stroom van levenskracht, doordrenkt van boodschappen, zich van het ene levende organisme naar een ander begeeft. Het woord betekent letterlijk ‘inademen’. Het is een in zich opnemen van de wereld, een in zich opnemen van bezielde boodschappen, die voortkomen uit het actief leven in de verschijnselen van de wereld’. Tegelijkertijd worden wij door de wereld ingeademd. Dit is een delen van zielenessentie. Wij ervaren dan dat wij niet alleen in de wereld zijn.

Samenvatting

Wanneer ik bovenstaande probeer samen te vatten, mijmert Marita, mede in het kader van mijn ervaringen in mijn tuin, kan ik concluderen dat alle onderdelen van de tuin, alle organismen en de tuin als geheel omgeven zijn door elektromagnetische velden. Dat deze velden betekenisvolle informatie met zich meedragen. Dat alle organismen, waaronder ik, met elkaar die informatie kunnen uitwisselen. Dat gebeurt in wezen continu, maar ik kan dat alleen merken zodra ik mijn hart als waarnemingsorgaan ga gebruiken en mijn brein even op non-actief stel voor wat het denken betreft. De informatie van de planten, aanwezig in hun elektromagnetisch veld, wordt door mijn lichaam opgevangen en gedecodeerd, zodat ik de boodschappen kan gaan verstaan. In eerste instantie zijn dat waarnemingen van kleuren, vormen, geluiden. Ik stel me daarvoor open en mijn lichaam gaat daar fysiologisch op reageren. Zo had ik al gemerkt dat mijn ademhaling sterk vertraagt, wanneer ik naar de stevige stam van een boom kijk. Ook weet ik dat ik, wanneer ik de stilte in mijzelf ervaar, al heel snel mijn hart voel kloppen, in een rustig tempo. Wel grappig, dat het hart zich dan laat voelen! Alsof het wil laten merken dat hij het is, die nu ‘aan het woord’ is. En dan begint de dialoog, wanneer ik vragen ga stellen en de plant mij antwoordt. Het is letterlijk een ontvangen van signalen, het decoderen en het verstaan van boodschappen over en weer.

Marita.

  • Toen ik deze eigenschap las over het denkende hart begreep ik ook waarom in het Taoïsme het hart de zetel van het denken is en niet de hersenen.

Henk Kieft

Add comment