OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De ‘vitaliteit’ van voedsel? Hoe meet je dit?

Dit is een vraag uit de wereld van de innovatie. Naar aanleiding van ons artikel “Kwantumlandbouw kan zorgen voor vitaler voedsel”. Een heel interessante vraag omdat er beweging lijkt te ontstaan rondom dit nieuwe kwaliteitsaspect van onze voeding. Hieronder vind je de vragen en mijn reactie erop. Ik merk wel of er meer belangstelling voor bestaat. Mogelijk komt er in juni een seminar over dit thema.

“Persoonlijk ben ik zeer geïnteresseerd in de vitaliteit van voedsel, waar in het artikel op in wordt gegaan. … Helaas is daar voor zover ik weet nog weinig aandacht voor. Een goede manier om de vitaliteit te bepalen is daarbij van belang. In het artikel geven jullie aan dat het meten van biofotonen de meest objectieve methode is en dat de apparaten hiervoor al bestaan al.” 

“Als de vitaliteit/het trillingsgetal van voedingsproducten kan worden gemeten, dan kan ook worden gekeken naar o.a.:

  • De maatregelen op het landbouwbedrijf die zorgen voor vitaal voedsel
  • Het effect van bewerking en bewaring op de vitaliteit
  • Het effect van vitaal voedsel voor de gezondheid en welbevinden.

“Hiervoor is veel onderzoek nodig en het is nodig dat dit uit de softe hoek komt. Ik heb al contact met een aantal personen die het belang van dit alles inzien. Mijn idee is om deze personen bij elkaar te brengen om te bespreken hoe we hier stappen verder in kunnen maken.”

“Ik zou het graag hebben over

  • Wordt er al onderzoek gedaan naar vitaliteit van voedsel zoals hierboven beschreven?
  • Met wie zou ik contact kunnen opnemen over het  meten van biofotonen
  • Kent u andere personen die geïnteresseerd zijn in dit onderwerp?”

Ik reflecteer nu op zijn drie vragen.

1. Ik ken drie methoden om vitaliteit in kaart te brengen. De stijgbeelden van Chromatografie, de subtiele energie metingen met behulp van Bovis-waarden en het vasthouden van coherente energie via het gedrag van biofotonen

2. Al deze methoden hebben te maken met interpretatie en betekenis van de waarnemingen. De interpretatie van de Chromatografie komt langzaamaan tot wasdom en er groeit ook internationaal overeenstemming over de interpretatie van de stijgbeelden. Daarvoor bestaan al handleidingen. In Nederland heeft Louis Bolk zich daar 20 jaar geleden uitgebreid mee bezig gehouden, o.a. Joke Bloksma en Machteld Huber en meer recent Peter Voshol.  Bovismetingen worden in NL door velen gedaan, zeker in de landbouwpraktijk. Een van de besten vind ik Frank Silvis. Hij helpt uitvinders in oplossingen voor hun vragen. Hij heeft veel agrarische en tuinbouwbedrijven geholpen en heeft heel veel gemeten aan de vitaliteit van voedsel en water en ontwikkelt en verkoopt hulpmiddelen voor vitaliseren van van alles. Zie Vortexvitalis.nl Maar het registreren van het verval in verlies van biofotonen vind ik de sterkst objectieve en wetenschappelijk onderbouwde methode. De vitaliteit van bijvoorbeeld voedsel is sterker naarmate het de biofotonen langer vast houdt wat duidt op hogere interne coherentie. En met deze methode wordt al veel onderzoek gedaan naar de humane gezondheid die blijkt te correleren met het gebruik van hoog coherent voedsel. Hiervoor is er maar een organisatie in NL namelijk Meluna. De huidige directeur is Eduard van Wijk, zoon van oprichter Roeland van Wijk. Zij hebben grote interesse in dergelijk onderzoek maar willen er eindelijk wel eens wat voor betaald krijgen. Zij hebben enorm veel geïnvesteerd in deze techniek en er heel veel over gepubliceerd, ook in wetenschappelijke tijdschriften. Roeland heeft er twee uitstekende boeken over geschreven. Hij is internationaal een erkende topper. Eduard is sterk in de humane aspecten en metingen. Google maar op Meluna.

3. Ik heb eerder al eens een workshop opgezet met hen en met een innovator uit Friesland. Hij kent een regionaal directeur van een supermarktketen die ook met vitaal voedsel aan de slag wil, heeft er een onderzoeksvoorstel voor EIP opgeschreven maar niet ingediend omdat de beoordelingscommissie voor de drie noordelijke provincies het bij voorbaat af zou wijzen. Ik heb toen geadviseerd om in het verkennende onderzoek deze methoden alle drie in te zetten en te checken hoe sterk de onderlinge correlatie is. Als die sterk genoeg blijkt dan kosten de Bovismetingen het minst en de biofotonen metingen het meest. De praktijk zou betrouwbaar genoeg en betaalbaar kunnen werken met chromatografie en Bovismetingen, mits steekproefsgewijs gecontroleerd wordt met de wetenschappelijk sterkste methode van registratie van het biofotonen gedrag (een methode die vooralsnog duurder is).

Ik ben benieuwd naar meer actuele informatie over deze meetmethoden van de vitaliteit van voedsel. Reacties zijn welkom hieronder. Laat ook weten of U belangstelling hebt voor deelname aan een vervolgtraject. Dan geef ik dat door aan de initiatiefnemers.

Henk Kieft

Add comment